vrijdag 22 augustus 2008

Dooikind

de schemering kromt zich
rond haar ogen neus en mond
even houdt de aarde
haar neveladem in
en slaat een wenteling over

zij hobbelt door het helmgras
dat zich buigt als een assassijn
over zijn gevallen prooi
haar dolkenlach steekt
door de smekende stilte

met haar stem graaft ze holen
diep door de avond
naar de andere kant waar
een sneeuwboog op haar wacht
met aan het eind een pot zout

dinsdag 19 augustus 2008

Nadagen

we wisten alles
en konden zelfs meer
toen we jonger waren
dan de dagen
en de regenboog
geen kleuren had

jij zou de eerste vrouw
op de maan zijn
en ik je twee paar
verzwaarde schoenen

als bloedridders
speelden we indiaantje
zonder verlos
tussen de tanden
van de nacht
en reden op wolken
van paardenstof

ik weet nog steeds
niet of we stopten
met dromen omdat
we ouder werden
of dat de maan
ons geen sprookjes
meer influisterde

Stemwand

in een wirwar
van schimmen
op het natte asfalt
ben ik verzonken

als water
langs de nacht
naar beneden

glijd ik langs
de wanden
van jouw stem

jij die rond
mijn zwerfstranden
een oceaan ademt

vrijdag 15 augustus 2008

Moerashart

de polen zijn weer van plaats
gewisseld in hun eeuwige spel
een stoelendans zonder stoelen

de wereld kantelt als ik
wolken stapel met het puntje
van mijn tong en zweef

pas wanneer er water stroomt
door mijn kunstaderen
en de wind mijn oren kietelt

dan zal mijn moerashart
zich droogleggen

zaterdag 9 augustus 2008

Liefste

als ik in je oude schommelstoel zit
en verstrooid kijk naar de tv
die op alle kanalen sneeuw vertoont
vraag ik me af waar je aan denkt

de geur van pasgebakken brood en schone was mijn jong

als we op een bankje rusten in de tuin
en sneeuw dwarrelt op je hand
waar rebelse wijsheid in ouderdom is gegoten
vraag ik me af wat je ziet

ik hou van je mijn lief weggerukte woorden eens gesproken

als we samen terug wandelen over het pad
met onze voeten knisperen in de sneeuw
en onze adem net zo wit is als de mist
vraag ik me af wat je hoort

de natte lippen op mijn wang echte liefde is verdriet

als we samen rond de open haard
zitten en praten over hoe het vroeger was
en de koude wereld buiten even vergeten
vraag ik me af wat je voelt

woodstock 17 augustus 1969 jongen dat en meer niet

als we 's avonds aan de tafel zitten
en het warme eten weer verwarmd
wat buiten in de kou gaan bevriezen was
vraag ik me af wat je ruikt

vogeltjes die verschrikt opvliegen niets mooiers dan dat

als ik je gedag zeg met een kus
en je handen voel verkleumd
door de winter die binnen in jou vriest
vraag ik me af of je nog wil

je antwoordde met de dood

zonder tranen en zonder lach
zonder voelen en zonder denken
bedank ik je voor dagen vol liefde

donderdag 7 augustus 2008

Sysan - Fimbul (II/IV)

langs
het warme front
druppelen
watersoldaten
de aftocht

de nachtvorst
dicht hun wak

Wrakhoutman

afgedragen zeeverweerde
eik vergroeit met kersen
van negen ringen oud

kreunend krakend hout
beukt en balkt waar
het niet groeien mag

blad op blad wortelen
en schaven ze drijvend
door de baringszee

geboren als wrakhout
man en splinterkind

maandag 4 augustus 2008

Ze wentelt

ze wentelt mee
met de schaduw
van haar flat
strompelt moeizaam
naar een stoel
als ze gaat zitten
kussen hangborsten
haar knieën
van wat er buiten
gesloten gordijnen
afspeelt
weet ze niets
haar wereld
stopte tien jaar geleden
al met draaien

zondag 3 augustus 2008

Sysan - Atum (I/IV)

helikopters vallen
in vloten
naar beneden

de grond
ligt bezaaid
met wrakblad

vrijdag 1 augustus 2008

Opgekruld

ik verlang naar de stilte

nu mijn stem is als de zee
beukt tegen het licht

gelijk een vermoeid kind

in jouw koelte
ben ik gaan liggen
en heb me opgekruld

zo droom ik weg op
de deining
van mijn barensweeën